Het goede nieuws is groot en onmiskenbaar. De groei van wind- en zonne-energie maakte een sprong van 45% wereldwijd in 2020 - en ondanks de pandemie zal de productie dit jaar nog hoger liggen. Nog belangrijker is dat bijna geen enkele andere energiebron nog groeit.

Het oude patroon was dat de wereldeconomie met ongeveer 3% per jaar groeide, en de vraag naar elektriciteit iets sneller. Hernieuwbare energiebronnen (vooral waterkracht, maar ook zonne- en windenergie) groeiden ongeveer even snel, maar fossiele brandstoffen en kernenergie namen de overige 85% voor hun rekening. Het aandeel van hernieuwbare energiebronnen nam helemaal niet toe.

Dat is de reden waarom de totale mondiale uitstoot van kooldioxide niet is gedaald. Deze is zelfs elk jaar toegenomen sinds de opwarming van de aarde als een probleem werd gezien, en ligt nu ongeveer 40% hoger dan in 1990. Er was geen hoop op vermindering van de uitstoot totdat er voldoende niet-fossiele energiebronnen werden geproduceerd om de achterstand in te lopen.

En dan hebben we het nog niet eens over de ontkennings- en twijfelcampagnes over klimaatverandering die door de fossiele-brandstofindustrie werden gefinancierd. Zij hebben ongetwijfeld enige schade aangericht, maar kolen, gas en olie hebben nog steeds de overhand, vooral omdat de niet-fossiele alternatieven die wel bestonden, niet verder konden worden uitgebreid (zoals waterkracht) of aanzienlijk duurder waren (zoals kernenergie, windenergie en zonne-energie).

Dat is nu allemaal veranderd. In het afgelopen decennium zijn de "genivelleerde" kosten van hernieuwbare energie met ongeveer 60% (wind) tot 80% (zonne-energie) gedaald, waardoor beide op de meeste plaatsen goedkoper zijn geworden dan fossiele brandstoffen. Deze trend is al jaren zichtbaar, maar wordt nu ook weerspiegeld in concrete hardware.

Het niet-fossiele aandeel in de elektriciteitsproductie, dat zo lang op 15% bleef steken, bedroeg 27% in 2020, 29% in 2021 - en het zal 31% zijn in 2022. Zonne-energie is goed voor meer dan de helft van dat aandeel, wind voor het grootste deel van de rest. En het IEA schat dat hernieuwbare energiebronnen tussen nu en 2026 goed zullen zijn voor 95 procent van de nieuwe stroomcapaciteit wereldwijd.

Dus als het aandeel van hernieuwbare energiebronnen in de totale elektriciteitsproductie nu met 2% per jaar groeit, hoe groot zal dat dan zijn in 2026? 41%? En wat zou het in 2030 kunnen zijn? Misschien wel 50%. Dat zou een echte revolutie zijn - met alle onrust en omwentelingen die echte revoluties met zich meebrengen.

Natuurlijk kunnen er veel dingen misgaan met deze voorspelling. De stijgende grondstof- en transportprijzen drijven de kosten in de industrie sterk op. Zo is de prijs van polysilicium (dat wordt gebruikt om zonnepanelen te maken) sinds 2020 verviervoudigd. Voor sommige grondstoffen, zoals lithium en zeldzame aardmetalen, kan er zelfs een wereldwijd tekort ontstaan.

Maar ook voor concurrerende energiebronnen gaan de kosten omhoog, en tot dusver behouden hernieuwbare energiebronnen hun prijsvoordeel. De vraag blijft dus: wat zou er eigenlijk gebeuren als fossiele brandstoffen onverwacht snel in verval raken, waarbij tegen 2030 ongeveer een derde van de bestaande markt verdwijnt en het grootste deel van de rest in de loop van dat decennium?

Het goede dat zou gebeuren is een even snelle daling van de wereldwijde uitstoot van kooldioxide, misschien zelfs snel genoeg om ons in staat te stellen tot 2030 onder de opwarmingsdrempel van +1,5°C te blijven. Dat zou tientallen miljoenen levens sparen en een paar triljoen dollar aan vermeden brand-, overstromings- en stormschade.

Het minder aantrekkelijke resultaat zou chaos zijn in 'zonsondergang'-industrieën waar de zon veel te snel ondergaat: geen tijd voor omscholing en zachte overgangen, gewoon instorting. Men ziet de delen van de auto-industrie die niet snel genoeg elektrisch zijn gaan rijden die kant op gaan, samen met de hele kolenindustrie.

De vrijbrief van de gasindustrie als minder vervuilende "overgangsbrandstof" zou verdampen, en de olie-industrie zou zich opsplitsen tussen de weinige zeer goedkope producenten in de Golf, die in de sector zouden blijven door hun prijzen radicaal te verlagen, en de rest, die tot de afgrond zou gaan. Dan, rond 2040, zouden de overblijvende olieproducenten ook failliet gaan.

Als je niet een aantal geopolitieke botsingen uit dat scenario kunt halen, ben je niet echt je best aan het doen, maar het is nog steeds het meest veelbelovende scenario dat ik sinds lange tijd heb gezien. Als we werkelijk de hele energie-infrastructuur van de wereld in één mensenleven kunnen vervangen zonder zelfs maar een grote oorlog of hongersnood, dan zou ik graag mijn mening herzien over de evolutionaire geschiktheid van het menselijk ras.